Wijzigingen inhoudingsplicht vanaf 1 mei 2026

Reeds lange tijd bevat de Belgische wetgeving bij de aanneming van werken in onroerende staat een aansprakelijkheidsregeling: elke opdrachtgever of aannemer die een beroep doet op een (onder)aannemer voor het uitvoeren van werken in onroerende staat is hoofdelijk aansprakelijk voor de sociale en/of fiscale schulden, die deze (onder)aannemer heeft bij het afsluiten van de aannemingsovereenkomst en bij elke betaling van een factuur. Mits een correcte inhouding op de facturen van de medecontractant met sociale en/of fiscale schulden en doorstorting naar de RSZ en fiscus, is de opdrachtgever of aannemer evenwel bevrijd van deze hoofdelijke aansprakelijkheid. Vanaf 1 mei 2026 treedt een fundamentele wijziging in deze inhoudingsplicht in werking. De nieuwe regels breiden het bestaande mechanisme uit en introduceren tegelijk een belangrijke beperking.
Werken in onroerende staat
De bestaande reglementering over de inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid heeft betrekking op werken in onroerende staat, de levering van stortklaar beton, werken die vallen onder het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtdiensten, en werken in de vleessector.
Werken in onroerende staat omvatten in essentie alle werken die betrekking hebben op een onroerend goed uit zijn aard. Het gaat daarbij om een ruime waaier van activiteiten, waaronder het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen en afbreken van gebouwen of andere onroerende constructies, met inbegrip van de levering en onmiddellijke plaatsing van roerende goederen waardoor ze onroerend uit hun aard worden (bv. inbouwkeuken). Ook de aanhechting aan een gebouw van onder meer verwarmings-, verluchtings-, sanitaire of elektrische installaties, evenals de levering en/of plaatsing van wandbekleding of vloerbedekking, worden hieronder begrepen. Een aantal activiteiten uit de land- , tuin- en bosbouw worden dan weer expliciet uitgesloten van het toepassingsgebied.
België scherpt controle op sociale schulden aan
De inhoudingsplicht voor sociale en fiscale schulden is geen nieuwe verplichting. Al geruime tijd zijn opdrachtgevers en aannemers verplicht een deel van een factuur in te houden wanneer hun (onder)aannemer sociale of fiscale schulden heeft, willen ze zich bevrijden van hun hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze schulden van hun (onder)aannemer.
Vóór elke betaling van een factuur voor geviseerde werken moet u via checkinhoudingsplicht.be of voor buitenlandse ondernemingen en zelfstandigen via A1, PDOK (indien bouw) en een fiscaal attest nagaan of de inhoudingsplicht geldt.
Als de (onder)aannemer sociale schulden heeft, moet u 35% van het bedrag dat u hem verschuldigd bent (excl. btw), inhouden en doorstorten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Heeft de aannemer eveneens fiscale schulden, dan moet u (maximaal) 15% van het bedrag dat u hem verschuldigd bent (excl. btw), inhouden en doorstorten aan de FOD Financiën.
Dit systeem wordt nu verder uitgebreid. De nieuwe regelgeving bepaalt dat vanaf 1 mei 2026 ook rekening moet worden gehouden met sociale schulden binnen het sociaal statuut van zelfstandigen. Wanneer een (onder)aannemer dergelijke schulden heeft, moet 15% van het factuurbedrag (excl. btw) worden ingehouden en doorgestort naar het RSVZ.
Tot nu toe lag de focus vooral op sociale schulden bij werkgevers. Door deze uitbreiding vallen nu ook zelfstandige ondernemers in de bouwketen expliciet onder de controle. Dat betekent concreet dat ook zelfstandige aannemers of bestuurders met achterstallige bijdragen een impact kunnen hebben op de betalingsverplichtingen van hun opdrachtgevers.
Begrenzing: inhoudingen mogen samen maximaal 50% bedragen
Samen met deze uitbreiding introduceert de wet ook een belangrijke grens. Wanneer zowel sociale als fiscale schulden aanwezig zijn, mag de totale inhouding op een factuur niet meer dan 50% van het factuurbedrag (excl. btw) bedragen. Dit betekent dat de nieuwe inhoudingsplicht in het kader van het zelfstandigenstatuut niet van toepassing is als er al een inhoudingsplicht is voor zowel de FOD Financiën (15%) als voor de RSZ (35%).
Digitale tools zoals checkinhoudingsplicht.be zullen vanaf 1 mei 2026 automatisch rekening houden met deze grens bij de berekening van de inhoudingen.
Strenge sancties voor wie de inhouding vergeet
Ook los van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale en fiscale schulden van de (onder)aannemer is de inhoudingsplicht geen vrijblijvende formaliteit. Wanneer een opdrachtgever, aannemer of onderaannemer de nieuwe verplichte inhouding niet uitvoert, kan een administratieve boete worden opgelegd van 15% van het factuurbedrag (excl. btw), met een maximum van 10.578,23 EUR (2026). Voor de reeds bestaande inhoudingsplicht ten behoeve van de RSZ en FOD Financiën gaat het om een administratieve geldboete gelijk aan het dubbel van het bedrag dat had moeten worden ingehouden en doorgestort.
Bovendien kan een onderneming hierdoor ook zichtbaar worden als “niet in orde” in de officiële controlesystemen die bedrijven gebruiken om partners te screenen.
Vooruitblik
Naast deze ingrijpende wijzigingen vanaf 1 mei 2026, staan er ook voor 2027 enkele RSZ-vernieuwingen op stapel. De klassieke Aangifte van Werken (30bis) evolueert naar CATENA met een moderne, toekomstgerichte architectuur, nieuwe functionaliteiten, verbeterde exportmogelijkheden en uitsluitend nog beveiligde toegang. Bovendien wordt CIAW ook voor werken in onroerende staat uitgebreid naar CIAO – voorheen gebeurde dit ook al voor de schoonmaaksector, waarbij werknemers zelf op locatie en in real-time niet alleen een check‑in, maar ook een check‑out moeten registreren.
Benieuwd naar welke impact bovenstaande wijzigingen voor u hebben en hoe u zich als zelfstandige hiervoor kan klaarstomen?
Contacteer ons gerust, onze specialisten helpen u op weg.