Terug naar overzicht
15.01.2026
#Arbeid en personeel
#Internationale mobiliteit

Vlaams arbeidsmarktbeleid 2026: focus op Belgische werknemers en strengere regels voor buitenlandse arbeidskrachten

Vanaf 2026 verandert het Vlaamse arbeidsmarktbeleid de spelregels rond arbeidsmigratie ingrijpend. De Vlaamse regering kiest resoluut voor een strenger en gerichter kader, met als doel de beschikbare talenten op de Belgische arbeidsmarkt maximaal te activeren en de instroom van kortgeschoolde buitenlandse arbeidskrachten te beperken. Die koerswijziging steunt op drie krachtlijnen: een selectiever migratiebeleid, een doorgedreven digitalisering van procedures en een verscherpte aanpak van misbruik en fraude.

Voor werkgevers betekent dit concreet dat de voorwaarden om buitenlandse werknemers aan te werven strenger worden, dat procedures veranderen en dat controles intensiever zullen verlopen. Tijdige voorbereiding is dan ook cruciaal om ook in de toekomst vlot te kunnen inspelen op arbeidsnoden. Van Havermaet volgt deze evoluties van nabij en begeleidt organisaties graag doorheen dit steeds complexere regelgevend landschap.

Selectiever arbeidsmarktbeleid met hogere drempels

De eerste krachtlijn van het nieuwe beleid legt de nadruk op het activeren van de interne reserves op de Belgische arbeidsmarkt. Arbeidsmigratie blijft mogelijk, maar wordt duidelijk selectiever ingevuld. Vooral voor de categorie van hooggeschoolde werknemers worden de voorwaarden aangescherpt. Enkel functies die effectief als hooggekwalificeerd worden beschouwd, komen nog in aanmerking voor een toelating tot arbeid via deze categorie. Buitenlandse werknemers met een hoog diploma die een functie op een lager niveau willen uitoefenen, zoals een middengeschoolde functie, kunnen hiervoor niet langer een beroep doen op het statuut van hooggeschoolde. Daarnaast worden de bewijsstukken bij de aanvraag van een gecombineerde vergunning strenger beoordeeld en kan de authenticiteit van diploma’s voortaan gecontroleerd worden.

Ook de scope van arbeidsmigratie wordt verder ingeperkt door kortgeschoolde functies, overeenkomend met VKS-niveaus 1 en 2, in principe uit te sluiten. Enkel voor seizoenarbeiders blijft een uitzondering bestaan. Voor hen is geen individueel arbeidsmarktonderzoek vereist, op voorwaarde dat het gaat om knelpuntberoepen die zijn opgenomen op de VDAB-lijst, met name in de sectoren landbouw, tuinbouw en horeca. De uitsluiting van kortgeschoolde functies heeft bovendien een belangrijke impact op de categorie “overige”. Omdat werknemers in deze categorie voortaan moeten worden ingeschaald als geoefende of geschoolde arbeidskracht, stijgen de salarisvereisten automatisch naar het niveau van middengeschoolde functies.

Daarnaast wordt ook de methodiek voor het opstellen van de lijst met middengeschoolde functies hervormd. De objectieve indicatoren die aantonen dat er sprake is van een structureel tekort op de Belgische arbeidsmarkt, worden voortaan opgenomen in het Besluit van de Vlaamse Regering. Dat moet zorgen voor meer rechtszekerheid, al blijft het mogelijk om bepaalde functies expliciet van de lijst uit te sluiten.

Digitalisering en klantgerichte procedures

De tweede krachtlijn focust op een meer digitale, geïntegreerde en klantvriendelijke aanpak. Om de administratieve kosten en de verdere digitalisering van de systemen te financieren, wordt een retributie ingevoerd. Die maatregel moet bijdragen aan snellere en efficiëntere procedures. In datzelfde kader wordt ook onderzocht of een zogenoemde “fast lane” kan worden uitgewerkt voor hooggeschoolde kennismigranten.

De invoering van de retributie is voorzien voor het tweede kwartaal van 2026 en zal van toepassing zijn op aanvragen voor gecombineerde vergunningen, inclusief hernieuwingen. Parallel hieraan werkt de overheid aan een centrale website waarop arbeidsmigranten duidelijke informatie krijgen over hun rechten en plichten op de Belgische arbeidsmarkt. Bovendien zullen arbeidsmigranten verplicht worden om een inburgeringstraject te volgen, wat hun integratie moet versterken.

Strengere aanpak van misbruik en fraude

De derde krachtlijn richt zich op de bestrijding van misbruik en fraude. Zowel de facultatieve weigerings- als intrekkingsgronden worden aanzienlijk uitgebreid. Zo wordt de mogelijkheid om een aanvraag te weigeren na een eerdere sanctie niet langer beperkt tot de werkgever zelf, maar ook uitgebreid tot bestuurders, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Dit betekent dat een nieuwe aanvraag kan worden geweigerd wanneer een persoon die eerder werd gesanctioneerd, optreedt als bestuurder van een andere of nieuwe onderneming.

Daarnaast wordt de periode waarin rekening wordt gehouden met eerdere sancties verlengd van één naar drie jaar. Ook worden nieuwe weigeringsgronden toegevoegd, onder meer in geval van valsheid, oplichting of mensenhandel. De bestaande weigeringsgrond van het aanleveren van valse gegevens wordt verder uitgebreid tot valse of onrechtmatig verkregen documenten die door de buitenlandse werknemer zelf worden aangebracht. Ook hier geldt voortaan een referteperiode van drie jaar.

Een bijkomende, opvallende maatregel is dat nieuwe aanvragen kunnen worden geweigerd wanneer een werkgever voor meer dan 80 procent werkt met niet-Europese arbeidskrachten die beschikken over een toelating tot arbeid van bepaalde duur. Dezelfde uitbreidingen gelden ook voor de intrekkingsgronden, waarbij sancties, fraude en mensenhandel expliciet aanleiding kunnen geven tot het intrekken van een bestaande toelating.

Overgangsregeling

De nieuwe regelgeving voorziet in duidelijke overgangsbepalingen. Aanvragen die uiterlijk op 31 december 2025 worden ingediend, evenals de daaruit voortvloeiende beroepsprocedures, blijven onderworpen aan de regels die van kracht zijn vóór 1 januari 2026. Ook vergunningen in de categorie “overige” die vóór die datum werden verleend, behouden hun geldigheid tot het einde van hun looptijd. Hernieuwingen die door dezelfde werkgever voor dezelfde functie worden aangevraagd, worden eveneens nog beoordeeld volgens het oude regime. Alle aanvragen die vanaf 1 januari 2026 worden ingediend, vallen onverkort onder de nieuwe regelgeving.

Conclusie: meer complexiteit vraagt om gerichte begeleiding

Het Vlaamse arbeidsmigratiebeleid wordt steeds strenger en meer geconcentreerd rond het activeren van de eigen arbeidsmarkt. Voor werkgevers betekent dit dat het regelgevend kader complexer wordt en dat fouten sneller verregaande gevolgen kunnen hebben. In die context is een doordachte aanpak geen overbodige luxe. Van Havermaet staat klaar om u te begeleiden door deze snel evoluerende regelgeving en om samen met u de juiste keuzes te maken, afgestemd op de noden van uw organisatie.

 

© Van Havermaet International 2026