Uw medewerker woont over de grens en werkt in België. Wat verandert er?

Wat is een grensarbeider?
Wie in België werkt, hoeft hier niet noodzakelijk te wonen. Grensarbeiders zijn werknemers of zelfstandigen die professioneel actief zijn in België, maar hun hoofdverblijfplaats in een buurland behouden en regelmatig naar dat woonland terugkeren.
Omdat zij in het ene land wonen en in het andere werken, is een aparte regeling nodig. Die bepaalt onder welke voorwaarden zij België mogen binnenkomen en verlaten voor hun werk en welke documenten daarvoor vereist zijn. Het grensarbeidersstatuut geeft hen dus toegang tot België voor professionele activiteiten, maar creëert geen Belgisch verblijfsrecht.
Voor werkgevers is dat onderscheid belangrijk. Zij moeten nagaan of hun grensarbeiders in België mogen werken én of zij over de juiste verblijfs- en inreisdocumenten beschikken. De concrete verplichtingen hangen onder meer af van hun nationaliteit en het land waar zij wonen.
Grensarbeid onder nieuwe regels
Bedrijven die werknemers, zelfstandigen of gedetacheerde medewerkers inzetten die buiten België wonen maar hier werkzaamheden uitvoeren, worden sinds 15 augustus 2026 geconfronteerd met een vernieuwd wettelijk kader voor grensarbeiders. De Belgische overheid heeft de bestaande regels aangepast om beter aan te sluiten bij de huidige arbeidsmarkt, de evolutie van internationale mobiliteit en de gevolgen van de Brexit.
De hervorming brengt een vereenvoudiging voor EU-burgers, maar introduceert tegelijk nieuwe administratieve verplichtingen voor derdelanders en Britse grensarbeiders. Werkgevers doen er goed aan om tijdig na te gaan welke impact deze wijzigingen hebben op hun huidige en toekomstige personeelsbestand.
Een ruimere definitie van grensarbeid
Een van de meest opvallende wijzigingen is de uitbreiding van de definitie van grensarbeid. Waar voorheen uitsluitend werknemers onder deze regeling vielen, worden nu ook zelfstandigen uitdrukkelijk opgenomen.
Grensarbeiders zijn werknemers en zelfstandigen die in België werken, al dan niet in het kader van een detachering, maar hun hoofdverblijfplaats in een aangrenzend land behouden. In principe keren zij dagelijks terug naar hun woonland. Laat de aard van de werkzaamheden dat niet toe, dan kan daarvan worden afgeweken. Voor onderdanen van een derde land blijft in dat geval wel minstens een wekelijkse terugkeer verplicht.
Daarnaast verduidelijkt de regelgeving expliciet dat het grensarbeidersstatuut geen Belgisch verblijfsrecht creëert. Het verleent enkel het recht om België binnen te komen en te verlaten voor professionele doeleinden. De hoofdverblijfplaats moet steeds buiten België gevestigd blijven.
Minder administratie voor EU-burgers
Voor burgers van de Europese Unie wordt de administratieve last aanzienlijk verminderd. Zij moeten niet langer een specifiek grensarbeidersdocument (‘bijlage 15’) aanvragen en hoeven zich niet meer aan te melden bij de Belgische gemeente waar zij werken.
Het volstaat dat zij hun identiteit en nationaliteit kunnen aantonen om in België professionele activiteiten uit te oefenen. Dezelfde vereenvoudigde regeling geldt voor onderdanen van Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
Dat betekent minder administratie voor zowel de grensarbeider als de werkgever en maakt grensoverschrijdend werken binnen Europa eenvoudiger.
Nieuwe verplichtingen voor derdelanders in een buurland van België
Voor derdelanders die legaal verblijven in Nederland, Frankrijk, Luxemburg of Duitsland wordt de bestaande bijlage 15 afgeschaft en vervangen door een nieuw document: ‘bijlage 64’.
Dit document wordt nog steeds aangevraagd bij de gemeente waar de persoon gewoonlijk werkt in België, en bevestigt het recht om België gedurende meer dan 90 dagen binnen te komen en te verlaten voor professionele doeleinden. De geldigheidsduur is gekoppeld aan de duur van de tewerkstelling en bedraagt maximaal één jaar. Daarna kan een verlenging worden aangevraagd zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.
Bij de aanvraag moeten onder meer het rechtmatig verblijf in het buurland, de hoofdverblijfplaats en het recht om in België te werken worden aangetoond. Afhankelijk van de situatie kan dit laatste gebeuren aan de hand van een arbeidsvergunning, beroepskaart of bewijs van detachering.
Aparte procedure voor personen die in het Verenigd Koninkrijk verblijven
Voor Britse onderdanen en andere derdelanders die hun hoofdverblijfplaats in het Verenigd Koninkrijk hebben, geldt een afzonderlijke procedure. Zij kunnen niet langer via de Belgische gemeente een grensarbeidersdocument verkrijgen. Voortaan moeten zij een speciaal visum voor langdurige grensarbeid aanvragen via de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire post in het Verenigd Koninkrijk. Dit visum geeft recht op in- en uitreis voor werkdoeleinden, maar verleent geen Belgisch verblijfsrecht.
Voor deze categorie geldt geen overgangsperiode (zie verder). Werkgevers die Britse grensarbeiders tewerkstellen, moeten daarom onmiddellijk nagaan of hun werknemers aan de nieuwe voorwaarden voldoen.
Bijvoorbeeld zal een Britse projectmanager die regelmatig op werven van zijn Britse werkgever in België aanwezig moet zijn en minimum eenmaal per week terug naar de UK gaat, niet langer een bijlage 15 moeten aanvragen bij de gemeente waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Hij zal voortaan het specifieke visum moeten aanvragen bij de Belgische ambassade in de UK.
Wanneer kan het statuut verloren gaan?
Er bestaan verschillende weigerings-, beëindigings- en intrekkingsgronden.
Het recht om als grensarbeider België binnen te komen en te verlaten blijft nauw verbonden met de voorwaarden die aan het statuut zijn gekoppeld. Indien het recht op tewerkstelling in België vervalt of wanneer de verblijfsvergunning in het woonland wordt ingetrokken, wordt ook het grensarbeidersstatuut onmiddellijk beëindigd.
Ook gebruik van het statuut voor andere doeleinden, bijvoorbeeld om zich feitelijk in België te vestigen, kan leiden tot een weigering of intrekking van het recht. Hetzelfde geldt bij fraude, misleidende informatie of het gebruik van vervalste documenten.
Wanneer de grensarbeider een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid kan dit ook leiden tot het verlies van het statuut.
Overgangsregeling voor bestaande dossiers
Werknemers die reeds beschikken over een oude ‘bijlage 15’ en wonen in een aangrenzende EU-lidstaat krijgen een overgangsperiode van twaalf maanden om zich in regel te stellen met het nieuwe systeem. Zij moeten uiterlijk op 14 augustus 2027 voldoen aan de nieuwe administratieve vereisten.
Werkgevers doen er goed aan bestaande dossiers tijdig te screenen zodat de nodige stappen vóór het einde van deze overgangsperiode kunnen worden genomen.
In de praktijk: welke regeling geldt wanneer?
Enkele voorbeelden maken duidelijk welke regeling in welke situatie van toepassing is:
Een Nederlandse werknemer die in Maastricht woont en in België werkt, heeft geen grensarbeidersdocument meer nodig.
Een Marokkaanse werknemer die legaal in Frankrijk woont en in België werkt, heeft een bijlage 64 nodig. Een geldige bijlage 15 blijft wel geldig tot uiterlijk 14 augustus 2027.
Een Britse werknemer die in Londen woont en regelmatig in België werkt, moet een specifiek visum voor langdurige grensarbeid aanvragen bij de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire post in het Verenigd Koninkrijk.
Conclusie
De nieuwe regelgeving zorgt voor een duidelijke opsplitsing tussen EU-burgers, derdelanders met een verblijfsrecht in een aangrenzende EU-lidstaat en Britse grensarbeiders. Terwijl EU-burgers genieten van een administratieve vereenvoudiging, worden voor derdelanders nieuwe procedures ingevoerd die meer voorbereiding en opvolging vergen.
Voor werkgevers is het aangewezen om hun huidige en toekomstige grensarbeiders tijdig te identificeren en na te gaan of de juiste documenten en procedures worden toegepast. Een proactieve aanpak vermindert het risico op administratieve problemen en zorgt ervoor dat grensoverschrijdende tewerkstelling ook onder het nieuwe kader vlot kan blijven verlopen.