Terug naar overzicht
23.09.2026
#Internationale mobiliteit
#Salary split en expats

Expatregimes: België versoepelt, Nederland versobert

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het vakblad Grensoverschrijdend Werken.

België en Nederland bewegen met hun expatregimes in tegengestelde richting. België verruimt vanaf 2025 het belastingvrije forfait tot 35%, schrapt het plafond en verlaagt de BBIB (Bijzonder Belastingstelsel voor Ingekomen Belastingplichtigen)-salarisdrempel naar € 70.000. Nederland begrenst de regeling via de WNT (Wet normering topinkomens)-aftopping, de afschaffing van de partiële buitenlandse belastingplicht en een verlaging naar 27% vanaf 2027. Die verschillen zijn meer dan technische fiscale wijzigingen. Ze beïnvloeden het nettoloon, de loononderhandelingen en de aantrekkelijkheid van een internationaal loonpakket. Daarbij zijn niet alleen de percentages van belang, maar ook de voorwaarden, salarisdrempels, plafonds en overgangsregelingen. In dit artikel vergelijken we de recente wijzigingen in beide regimes en lichten we de gevolgen voor werkgevers en werknemers toe.

België verlaagt de toegangsdrempel

Het Belgische bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen (BBIB) geldt voor werknemers en bepaalde bedrijfsleiders die uit het buitenland worden aangeworven of binnen een internationale groep naar België komen. Het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen onderzoekers (BBIO) geldt alleen voor werknemers die hoofdzakelijk onderzoeksactiviteiten verrichten en voldoen aan de diploma- of ervaringsvoorwaarden.

Voor beide Belgische stelsels geldt een terugblik van 60 maanden. De betrokkene mag in die periode geen Belgisch rijksinwoner zijn geweest, niet binnen 150 kilometer van de Belgische grens hebben gewoond en niet onderworpen zijn geweest aan de belasting van niet-inwoners op beroepsinkomsten. Voor het BBIB moet de jaarlijkse bruto bezoldiging sinds 2025 minstens € 70.000 bedragen. Het BBIO kent geen salarisdrempel (al is het aan te raden steeds minimale loon- of immigratievereisten in het achterhoofd te houden).

Nederland kent één 30%-regeling voor ingekomen werknemers met specifieke deskundigheid. De werknemer moet in meer dan 16 van de 24 maanden vóór de eerste werkdag op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens hebben gewoond. In 2026 moet het belastbare salaris op jaarbasis meer dan € 48.013 bedragen. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een kwalificerende mastergraad geldt € 36.497. Voor bepaalde onderzoekers, academische onderwijzers en artsen in opleiding geldt geen salarisnorm.

Door de lagere salarisdrempel kan de Nederlandse regeling voor een ruimere groep werknemers toegankelijk zijn.

België verruimt, Nederland begrenst

België heeft vanaf 2025 duidelijk voor een ruimere regeling gekozen. Indien dit contractueel is overeengekomen, kan de werkgever maximaal 35% van de bruto bezoldiging als belastingvrije kost eigen aan de werkgever toekennen voor terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortvloeien uit de tewerkstelling of terbeschikkingstelling in België. De vergoeding moet contractueel worden overeengekomen en fiscaal bovenop de belastbare bruto bezoldiging worden toegekend. Tegelijk daalde de minimumsalarisdrempel voor het BBIB van € 75.000 naar € 70.000 en verdween het vroegere jaarplafond van de kostenvergoeding van € 90.000.

Nederland kiest de omgekeerde richting:

  • Per 2019 was de maximale looptijd van de regeling ingekort van 8 naar 5 jaar.
  • Vanaf 2024 mag nog maximaal 30% van het loon inclusief de vergoeding belastingvrij blijven, maar de regeling is begrensd tot de WNT-grondslag van € 262.000. Bij toepassing gedurende een volledig jaar bedraagt de maximale belastingvrije vergoeding € 78.600.
  • Sinds 2025 is de partiële buitenlandse belastingplicht afgeschaft, behoudens tijdelijk overgangsrecht.
  • Vanaf 2027 daalt het forfait in beginsel naar 27% en gelden voor nieuwe gevallen hogere salarisnormen. Wel geldt overgangsrecht. Nederland maakt de regeling dus stapsgewijs minder ruim.

Voorzichtig geformuleerd weerspiegelt dit een bredere trend binnen Nederland om de fiscale generositeit van de regeling te beperken en budgettaire en beleidsmatige aanscherping door te voeren.

De tegenstelling is ook praktisch relevant. De Belgische versoepeling vergroot het belang van het statuut bij de samenstelling van het loonpakket. De Nederlandse versobering vraagt vooral aandacht voor het plafond, het toepasselijke overgangsrecht en de jaarlijkse salariscontrole. Werkgever en werknemer moeten in Nederland bovendien per kalenderjaar kiezen tussen het forfait en vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte extraterritoriale kosten.

De Belgische versoepelingen gelden voorlopig alleen fiscaal. Voor de sociale zekerheid blijft de RSZ voorlopig uitgaan van de fiscale contouren zoals die op 1 januari 2022 golden: maximaal 30%, een jaarlijks plafond van € 90.000 en de toenmalige salarisdrempel van € 75.000.

Cijfervoorbeeld

Onderstaand voorbeeld maakt de uiteenlopende beleidsrichting tastbaar. We gaan uit van een alleenstaande werknemer, jonger dan de pensioenleeftijd, zonder kinderen of andere voordelen, met een jaarlijks brutoloonbudget voor de werknemer van € 100.000, exclusief werkgeversbijdragen.

De Nederlandse 27%-regeling vanaf 2027 wordt illustratief toegepast op de inkomstenbelastingtarieven van 2026

Bij toepassing van de expatregelingen ligt de werkgeverskost in dit voorbeeld dicht bij elkaar: € 118.519 in België tegenover € 117.140 in Nederland. Tegenover dit beperkte kostenverschil staat een aanzienlijk verschil in nettoloon: de werknemer houdt in Nederland € 77.514 over, tegenover € 68.112 in België. Binnen de gehanteerde uitgangspunten komt Nederland daarmee financieel het voordeligst uit.

Praktische impact en aanbevelingen

België verruimt het expatstatuut, terwijl Nederland de regeling versobert. Beoordeel de mogelijke toepassing daarom steeds tijdens de loononderhandelingen en bij de evaluatie van het salarishuis. Een voorafgaande simulatie kan werkgever en werknemer inzicht geven in de totale loonkost en het verwachte nettoloon. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar het voordeel op korte termijn te kijken, maar ook naar toekomstige wijzigingen in het percentage, verwachte salarisstijgingen, het plafond en het overgangsrecht. Zo kan een expatpakket beter worden afgestemd op de volledige looptijd van het dienstverband. Leg de loonstructuur en de voorwaarden vervolgens duidelijk contractueel vast. Bewaak bovendien jaarlijks het toepasselijke percentage, het plafond en het overgangsrecht. Zorg ten slotte dat de aanvraag binnen de wettelijke termijn wordt ingediend.

Bijlage: de regimes in één oogopslag

© Van Havermaet International 2026